maandag 30 mei 2016

Sound of Imker: van Assen naar wereldfaam







Eind jaren zestig was er in heel Nederland een ware explosie van beatbands. Met name jongeren van het mannelijke geslacht en her en der ook jongedames begonnen aangemoedigd door de Angelsaksische beatgolf zelf een band. Weinig stond ze in de weg. Muzikale onderlegging was niet noodzakelijk, drie akkoorden zo geleerd en iedereen kon zingen. Nog een drummer erbij en ze konden op zoek naar optredens. De meeste bandjes hielden het niet langer dan een jaar vol. Serieuze verkering of dienstplicht betekende in veel gevallen het einde van de band. Bleven er nog een paar doorzetters over dan werd het bestaan nog wat gerekt met een bezettingswijziging. De lokale en regionale popgeschiedschrijving staat vol met dit soort bands. De meeste zijn inmiddels al lang vergeten, maar sommige spreken nog steeds tot de verbeelding en zijn zelfs over de landsgrenzen bekend.
Zo’n band is Sound of Imker. Ze hebben goed en wel ruim een jaar bestaan, namen een single op die niet werd uitgebracht, maar genieten (deels daardoor) wereldfaam. Een eerste heruitgave van de single door Op Art in 1999 is net als het origineel inmiddels een collector’s item. Begin dit jaar brachten Wouter van den Burg en Peter Kroes op hun label Milkcow Records de single opnieuw uit, vergezeld van een replica van een poster die beeldend kunstenaar en ontwerper Flip Drukker maakte voor een optreden in De Kolk in Assen. De oplage van 500 exemplaren was er binnen drie weken doorheen. Bestellingen kwamen van over de hele wereld, van Frankrijk en Duitsland tot Costa Rica, Japan en de Verenigde Staten. Reden genoeg om de korte geschiedenis van de band uit te zoeken, te meer omdat de bestaande bronnen zich regelmatig tegenspreken. Zanger Peter Homan was bereid tot een interview en Flip Drukker voorzag dat van een sfeerbeeld van Assen in de tijd dat Sound of Imker actief was.

De Asser scene

Zoals de meeste Nederlandse steden kent ook Assen eind jaren zestig een levendige jongeren-  en muziekscene. De door binnen- en buitenlandse beatmuziek aangestoken jongeren eisen hun eigen plek op in de stad. In Assen is dat aanvankelijk het clubhuis van de speeltuin, dat voor 5 gulden gehuurd kan worden. Daar spelen lokale bands als The Spencers en Little Willy and The Strangers. Na een actie van een groep jongeren voor een eigen plek, wijst de gemeente ze voor het symbolische bedrag van 1 gulden een leegstaand gebouw toe. De jongeren zijn zelf verantwoordelijk voor de verbouwing en zo hebben ze eind 1965 hun eigen plek, koffiebar Rask. Een plek waar gelijkgestemde jongeren elkaar kunnen ontmoeten. Er worden geen alcoholische dranken geschonken, gerookt wordt er des te meer. Er zijn vertoningen van geëngageerde films en er treden regelmatig bands op. Het is tevens een broedplaats van allerlei initiatieven, van plannen voor bandjes tot het organiseren van festivals en evenementen waar die bands op konden treden. Al snel zijn er meer ‘koffiebars’ in Assen, zoals Outcast, de latere thuisbasis van Sound of Imker.
De Asser jeugd heeft vergeleken met die in andere steden nog een extra stimulans om een band te beginnen: Cuby + Blizzards. De band wordt in 1965 opgericht en geniet al snel landelijke bekendheid. Jan Venhuizen, manager van de band, werkt in de lokale radio-annex platenzaak van Lampe en zorgt dat daar de nieuwste muziek in de bakken te vinden is. Vooral bluesmuziek zoals die van John Mayall doet het goed, maar ook de platen van de ‘angry young men’ van Them zijn in Assen direct na verschijning verkrijgbaar. Blizzards bassist Willy Middel heeft een platencollectie waar menig jongere in Assen jaloers op is, zo weet Flip Drukker te vertellen. Hij komt op 16-jarige leeftijd vanuit Goes naar Assen en is nauw betrokken bij diverse initiatieven voor jongeren. Kortom, Assen is een vruchtbare plek voor jongeren met plannen een bandje te beginnen.

Soundcheck

De broertjes Robert en Remco Imker wonen samen met hun moeder en oudere zus Rosa ‘over het spoor’. Pa heeft zigeunerbloed en kan niet te lang op een vaste plek zitten. Hij trekt dan ook al snel zijn eigen plan en laat moeder met de drie kinderen in Assen achter. De jongste, Robert, die lokaal beter bekend is onder zijn bijnaam Tokkel, richt in 1967 zijn eerste bandje op, Tokkie and the Streetdogs. Niet lang daarna zit hij samen met zijn oudere broer Remco in Wie, de Nederlandse Who, die optreedt in het clubhuis van de speeltuin. Beide broers zitten in de bijstand en vullen hun tijd voornamelijk met gitaarspelen. Vooral Robert valt al snel op door zijn fabelachtige solo’s.
Het zal ergens in februari 1968 zijn geweest dat Peter Homan de broers op een feest in het centrum van Assen tegenkomt. Hij kent beiden vaag. Na afloop van het feest lopen ze gezamenlijk op naar huis, aan de andere kant van de spoorlijn. Daar aangekomen is Sound of Imker opgericht. Remco heeft Peter op het feest horen lachen en besluit dat hij de zanger zal zijn. Robert en hij zorgen voor het gitaargeluid, waarbij Robert de solo’s voor zijn rekening neemt en Remco de slaggitaar. Een drummer is snel gevonden in Paul Peijters uit het nabijgelegen Roden. Remco is als oudste van de twee broers de initiatiefnemer en neemt ook verder het heft in handen.

De band repeteert eerst in een loods bij de familie Homan, maar verkast wegens klachten van de buren over geluidsoverlast naar een schuur buiten Assen. De rolverdeling is al snel duidelijk: Remco schrijft de muziek en Peter zorgt voor de teksten. Ze hebben al snel een stuk of twaalf nummers, nu nog optredens en een goede installatie. Voor dat laatste heeft Remco zijn zinnen gezet op Servaas in Den Haag. Hij gaat niet voor minder dan zijn collega’s van The Golden Earrings, al hebben ze geen cent te makken. Uiteindelijk leent de vader van Peter de band de benodigde 1800 gulden. ‘Niet dat hij iets met de band had, maar hij was allang blij dat ik van straat was’, vertelt Homan. Daar wordt nog een busje aan toegevoegd en de wijde wereld kan veroverd worden, te beginnen in Assen.

Nervous Breakdown

Een eerste optreden is gemakkelijk geregeld. Plaats van handeling is de zaal van Boele Geerts aan de Groningerstraat in Assen. Remco voert de druk op zijn toch al nerveuze broer zo op, dat Tokkel voor het optreden instort en vervolgens een week in het ziekenhuis doorbrengt. Het optreden wordt uitgesteld en vindt, zodra Tokkel het ziekenhuis verlaten heeft, doorgang. Wat het repertoire van de band betreft kan Homan zich niet veel meer herinneren, ‘het was vooral hard en snel en ons eigen repertoire was er zo snel doorheen dat we vervolgens een paar covers speelden en daarna de gehele set nog een keer.’ Het optreden slaagt kennelijk aan, want in de Drentse en Asser Courant van 18 april 1968 maakt Sjoerd Punter in zijn wekelijkse jongerenrubriek Twienspot (later Pang) melding van de band. Sound of Imker (of Ymker zoals steevast in de krant staat) heeft dan twee zaaloptredens achter de rug en krijgt een zekere bekendheid.
Punter citeert Jan Venhuizen (manager van Cuby +Blizzards): ‘Het is een goeie groep; vooral die sologitarist heeft me verrast.’ Er is dan nog sprake van ene Marco op bas, maar die naam komt later niet meer terug. Het artikel sluit af met de aankondiging van een volgend optreden, de eerstvolgende zaterdag in De Schakel in Smilde. De oudere zus van de broers Imker, Rosa, is manager van de band en regelt dit soort zaken.

 Robert Imker ('Tokkel'). Copyright: Sjoerd Punter

Homan herinnert zich dat het toentertijd vrij gemakkelijk was om optredens te regelen. ‘In elk dorp was wel een café met een podium, waar bandjes op konden treden.’ De band wordt daarbij regelmatig gevolgd door een club van jongeren uit Assen. ‘In Assen was ook niet altijd wat te doen in het weekend en dan trokken we er op de Puch of Tomos op uit, naar de dorpen in de omtrek waar een bandje optrad of iets anders te doen was’, zo vertelt Flip Drukker.

Via Groningen naar Amsterdam…

De band neemt zich voor de zomervakantie te gebruiken om een degelijke set op te bouwen. Op vrijdag 16 augustus staan ze geboekt als onderdeel van de Magical Mystery Tour in Groningen. Punter is weer present en schrijft het volgende in de Drentse en Asser Courant van 22 augustus. ‘De Sound of Ymker trad voor de eerste keer in Groningen op. En de Asser formatie had succes. Het nieuwe oorspronkelijke geluid van de intens spelende zigeunerbroertjes Ymker (Tokkel op de sologitaar en Remco op de bas), drummer Paul Paytes [sic] en rauwe zanger Peter Homan deed omstreeks elf uur de tot tweehonderd liefhebbers uitgedunde zaal wel iets.’ Hij geeft bovendien een sfeerbeeld van het optreden. ‘Er zit vaak dreiging in de muziek. Dan klinkt de bas van Remco Ymker als ’t angstigmakend geluid van een brulboei in de mist. Maar als gitaarwonder Tokkel Ymker met een solo ’t initiatief overneemt, wordt het geluid bij vlagen zangerig als het spel van de grote zigeunerviolisten.’
Bij het optreden is ook Cees Wessels, destijds platenproducer en in 1980 oprichter van het label Roadrunner, aanwezig die laat weten dat zijn maatschappij veel van de band verwacht. Niks lijkt een nationale doorbraak van de band nog in de weg te staan.

Het gaat allemaal erg snel. Hoe het gegaan is weet Homan ook niet meer, alleen dat het waarschijnlijk via iemand van de platenmaatschappij ging (Cees Wessel?), maar in september staat Sound of Imker in het hoofdstedelijke Paradiso. ‘Na de eerste vier nummers gespeeld te hebben, dachten we dat we wel in konden pakken en terug naar Assen rijden. Er was totaal geen reactie vanuit de zaal. Het publiek keek het allemaal een beetje aan en maar daar kwam vanaf het vijfde nummer verandering in en uiteindelijk ging iedereen totaal los.’

… En dan naar Hilversum

Begin oktober neemt de band in de Phonogramstudio’s in Hilversum twee nummers op. Punter bericht erover in zijn rubriek in de Drentse en Asser Courant van 16 oktober 1968. ‘De Asser Sound of Ymker heeft de vorige week een dag en een nacht in de platenstudio doorgebracht om wat eigen nummers op te nemen. “Wat we daar doen”, zegt de mond van de Sound, halve zigeuner Remco Ymker, “is iets helemaal nieuws. Het is geen mooie muziek, hoor, het is wrede en rauwe muziek, die nog slecht afgewerkt is ook. Het is alsof ze je bij de strot grijpen. Wat de titels zijn …? Nou, dat weet ik niet. De ene kant is een tekst met “girls” en de andere kant is iets met een trein.” Homan kort de opnames in tot een paar uur, waarbij de technici de band maar een beetje aan laten modderen. Hoe het ook zij, het belangrijkste op dat moment is dat er twee nummers zijn opgenomen: Train of Doomsday en See those Girls. Punter sluit zijn stuk af met de mededeling dat ‘het eerste singeltje van de Sound of Ymker (…) over een maand in de platenzaken [wordt] verwacht.’


Harttransplantatie

Twee weken later wacht de band een volgende uitdaging. Op zondag 3 november staan ze samen met Cuby + Blizzards geboekt in Parkzicht in Veendam. Alhoewel de onderlinge sfeer gemoedelijk is, heeft Sound of Imker iets bedacht om de aandacht van de hoofdact af te leiden. Midden in het optreden verdwijnt zanger Peter Homan van het podium en hullen de andere bandleden zich in witte overalls. Vervolgens wordt Homan liggend op een brancard het podium opgereden. Sjoerd Punter besteedt er vanzelfsprekend de woensdag volgend op het optreden aandacht aan in zijn rubriek. ‘Niet alleen muziek maakte de Sound of Ymker. Er speelde zich op het podium ook een “bloederige” scène af, die vijf mensen uit de zaal deed flauwvallen…. Tijdens het nummer “Harttransplantatie” voerde één van de roadmanagers met een vervaarlijk mes een operatie uit. Patiënt: zanger Peter Homan, voor de afwisseling liggend op een soort draagbaar. Hij had een witte doek over zich heen, die niet alleen een deel van zijn lichaam verborg maar ook een ballon met rode kleurstof. Toen de “chirurg” toestak vloeide het “bloed” rijkelijk. De zaal gruwde. Maar op het podium ging men bloedstollend door. En de eerste slachtoffers vielen in de zaal met een lichte zucht op de dansvloer. De drie andere (in stemmig wit geklede) heren van de Sound of Ymker produceerden ondertussen op gitaren en drums een geluid van een hart, dat steeds langzamer gaat kloppen, tot het stilstaat…. Peter Homan was ter ziele gegaan. Levenloos werd hij van het podium gedragen. Tussen de coulissen keerden de levensgeesten verwonderlijk snel terug, dat wel.
De zaal oordeelde nogal verdeeld over deze stunt. Afgrijslijk, vond de een. Wel leuk, de ander. Opnieuw was de Sound met een opschudding verwekkende stunt tevoorschijn gekomen.’
Peter Homan bevestigt het succes van de act, al zitten er ook minpunten aan. ‘We hadden wel vaker problemen met zaaleigenaren, maar dat had meestal te maken met het volume waarop we speelden. Ze hebben er meer dan eens de stekker uit getrokken of de politie moest er aan te pas komen. Na dat optreden in Parkzicht wilden sommige zaaleigenaren ons niet meer boeken, omdat ze bang waren dat de hele boel onder de rode verf kwam te zitten. Ook de eigenaar van Parkzicht was er niet echt blij mee, maar ja, hij wist nog niet wat er ging gebeuren.’ De act wordt niet vast in de set opgenomen, maar Homan weet zeker dat ze het daarna nog een paar keer hebben opgevoerd.

Frisbees

De band zit inmiddels te wachten op bericht uit Hilversum dat de single klaar is. Wanneer ze verzocht worden daar hun opwachting te maken, krijgen ze te horen dat Phonogram de single, hoewel al geperst en van een hoesje voorzien, toch niet uitbrengt. Ze zien er geen brood in. Het wijkt te veel af van wat Phonogram uitbrengt. De band neemt de singles mee naar Assen. In Nederbeat van Frank van Dam is sprake van 1000 singles, maar Peter denkt dat het er eerder 500 waren. Uit balorigheid wordt een deel van de singles door de band als frisbee gebruikt. Van wat er over blijft wordt nog een aantal verkocht en uitgedeeld. Een nieuwe platenmaatschappij lijkt zich aan te dienen, als ze worden gevraagd voor te komen spelen voor het nieuwe label van Willem van Kooten, Red Bullit, maar ook dat levert niets op. Het schijnt de band niet te deren, ze hebben het druk met optreden in de regio, waarbij af en toe ook een optreden net over de grens in Duitsland, en zijn bovendien geboekt voor de tweede editie van Flight to Lowlands Paradise op 28 december in de Utrechtse Jaarbeurshallen. Naast internationale acts als Pink Floyd (ter vervanging van Jimi Hendrix), T. Rex en The Pretty Things staan daar Nederlandse bands als The Zipps en stadsgenoten Cuby + Blizzards.

Poster voor The First Superfluous Improvisation Diary. Copyright: Flip Drukker

Twee weken daarvoor op zaterdag 14 december staan ze ook nog op The First Superfluous Improvisation Diary, een festival in een bovenzaal van De Kolk in Assen georganiseerd door de lokale Provadya. De poster die Flip Drukker hiervoor maakt, zit bij de heruitgave van de single op Milkcow Records. Volgens de Drentse en Asser Courant zijn er bij het avondoptreden van Sound of Imker 350 mensen aanwezig. Dit is in ieder geval een van de optredens waar de ‘harttransplantatie’ wordt herhaald. Flip Drukker, een van de organisatoren en bij het optreden aanwezig beaamt het indrukwekkende van de act. ‘Iedereen die er was kan zich waarschijnlijk nog maar een ding van het festival herinneren en dat was de act van Sound of Imker.’

Afsluiting in stijl

Bij de jaarwisseling kan de Sound of Imker op een succesvol eerste jaar terugkijken, ondanks de mislukte platendeal. Ze hebben een vaste schare fans in de regio Assen, in Sjoerd Punter een journalist bij de lokale krant die regelmatig aandacht aan ze besteedt en ook alweer een aantal boekingen voor het nieuwe jaar. Toch zijn er al aanwijzingen dat het allemaal niet op rolletjes loopt in de band. De drie Assenaren zijn een hecht clubje, Peter woont zelfs een deel van het jaar bij de Imkers, en drummer Paul Peijters blijft op de een of andere manier een buitenstander, die er niet echt tussen kan komen. ‘Op een gegeven moment hebben we hem op de terugweg van een optreden uit de auto gezet’, vertelt Homan. ‘Hij bleef maar zeuren over het geluid en dat zijn drums niet goed afgesteld waren.’ Het is duidelijk dat de band geen perfectie nastreeft en dat het vooral om de lol gaat. Peijters denkt daar anders over. Geld houden ze er ook niet aan over. ‘Wat we ’s avonds verdienden met optreden, was de volgende dag meestal al weer op aan bier’, aldus Homan.

Alhoewel de band doorgaat met optredens, krijgt naast Peijters ook Homan zijn twijfels over de Sound of Imker. ‘Je gaat op een gegeven moment toch ook wat aan je toekomst denken. Het was allemaal wel leuk en aardig, maar om nou te zeggen dat er ook een toekomstperspectief in zat.’ Er wordt besloten de geboekte optredens nog te doen en na het optreden half april in café Onder de linden in Vries te stoppen. Met dat optreden wordt de carrière van Sound of Imker in stijl afgesloten. De band is geboekt door een dansschool voor een dansavond. Na een paar nummers komt de eigenaar van de dansschool het podium op en vraagt wanneer er nu eens een nummer gespeeld wordt waar de leerlingen in stijl op kunnen dansen. Wanneer de band gewoon doorgaat met het spelen van hun repertoire dreigt het tot een handgemeen tussen de band en organisatoren en andere aanwezigen te komen. In allerijl wordt de Capriciabar in Assen gebeld met het verzoek om hulptroepen. ‘Dat was de stamkroeg van een groep Molukkers die we nog van koffiebar Outcast kenden’, aldus Homan. De avond eindigt in een slaande ruzie waarbij ze dankzij de hulptroepen ongeschonden de zaal kunnen verlaten, echter zonder betaling. Op 23 april staat in Punters rubriek Pang de kop ‘Sound of Ymker uiteen’.

Een reünie zit er niet meer in

Homan gaat naar de pedagogische academie de Eekhorst, maar houdt het daar na een jaar ook alweer voor gezien. Vervolgens wordt hij sportjournalist voor het Dagblad van het Noorden, wat hij tot zijn pensioen blijft doen. Ook daarna levert hij sporadisch nog een bijdrage. Paul Peijters duikt in 1970 op in de Asser formatie Phoenix, waarmee hij een single opneemt die wel de schappen in de platenzaken haalt, Ode to Jimi Hendrix. Als Phoenix een jaar later ook uiteen valt, zit ook de poploopbaan van Peijters er op. Niet lang daarna pleegt hij zelfmoord.
De broertjes Imker gaan nog even door met twee vervangers, maar gooien het bijltje er al snel bij neer en zijn, in navolging van hun moeder, nog even Jehovagetuigen. Maar lang heeft dat niet geduurd. Robert repeteert datzelfde jaar nog met een band met Dick Beekman van Cuby + Blizzards en is begin jaren zeventig kort betrokken bij Herman Broods Flash Band, maar ook dat loopt op niets uit. ‘Tokkel kon prachtig gitaarspelen, maar vond het niets om twee keer achter elkaar hetzelfde te spelen’, zo verklaart Sjoerd Punter. Hij raakt langzaam maar zeker aan lager wal, volgens Punter vooral door de drank, maar Homan ziet hier ook zeker drugs als oorzaak. ‘Tijdens Sound of Imker kwamen er geen drugs aan te pas’, legt Homan uit. ‘Maar via Herman Brood, kwam Tokkel ook in contact met speed en ander spul.’ Brood heeft dit altijd ontkent en ook Sjoerd Punter zet hier zijn vraagtekens bij. Hij kwam tot 1978 regelmatig bij Tokkel over de vloer en heeft hem nooit op enig gebruik kunnen betrappen. ‘Bovendien was Brood in die tijd berooid en maakte, als hij iets had, het liever zelf op.’
In de jaren tachtig en negentig is Tokkel de bekendste zwerver van Assen, tot hij in 2001 op een winternacht in een oude keet op de Veemarkt overlijdt. Zijn oudere broer Remco wordt uiteindelijk meubelmaker.

‘Een reünie zit er niet echt meer in’, zo besluit Homan het gesprek. ‘Van de originele band zijn alleen Remco en ik nog over. Mijn stem was al niet veel, maar is er ook niet op vooruitgegaan en Remco’s gitaarspel zal er ook niet beter op geworden zijn na een paar bedrijfsongevalletjes, waarbij hij een aantal vingers is verloren.’ Toch kijkt hij inmiddels heel anders op de Sound of Imker terug. ‘Ik heb me er na het opheffen van de band eigenlijk nauwelijks nog mee bezig gehouden. Het was een leuke tijd. Pas de laatste jaren realiseer ik me wat we in die korte tijd bereikt hebben.’ Zowel Remco als Peter waren verrast door het succes van de heruitgave van de single en de bekendheid die de band nog steeds geniet. ‘Toen we in Hotel De Jonge in Assen met Wouter en Peter van Milkcow Records een biertje dronken op de heruitgave, bleek er buiten een hele rij mensen te staan die hun single door ons gesigneerd wilden hebben. Ik wist echt niet wat me overkwam.’



Met dank aan Peter Homan, Flip Drukker, Sjoerd Punter en het Drents Archief

Bronnen:

Boivin, B. en S. Timmer (concept en red.) (2006) Altied underwegens: vijftig jaar lichte muziek in Drenthe. Emmen: Publiqueuitgevers
Dam, F. (2000) Nederbeat: de glorietijd van de Nederpop. Amsterdam: Arena.

Oorspronkelijk verschenen in: Platenblad, nr. 219, 16 april t/m 27 mei 2016


woensdag 25 mei 2016

Platenzaakstickers #238

Platenhuis
Pastor
Barteljorisstraat 42
Haarlem - Tel. 15158

Op achterzijde hoes, Kinderkoor 'Jacob Hamel', LP, Zingen in de kring, deel 1, CNR GA 5035 (Nederland, 196?)

De zesde platenzaak in Haarlem en de tweede in de Barteljorisstraat, zij het deze keer aan de even zijde. Het echtpaar Mieke en Karel Pastor startte in 1959 deze platenzaak. Gaandeweg specialiseerde de winkel zich in het importeren van wereldmuziek en dan met name uit Noord-Afrikaanse. Dit leidde er toe dat ze in 1972 in Parijs een eigen label startten, Disques Motone, gespecialiseerd in licentie-uitgaven van Noord-Afrikaanse labels. Naast het label hadden ze ook een winkel in Parijs. Met het overlijden van Karel Pastor in de jaren negentig sloten zowel de winkel in Haarlem als in Parijs en hield ook het platenlabel op te bestaan.

Onderstaande beelden komen uit de beeldbank van het Noord-Hollands Archief en tonen de winkel gezien vanuit weerszijden van de Barteljorisstraat.





Beide foto's zijn in 1974 gemaakt door Jos Fielmich. Richting Grote Markt zagen passanten het logo en de naam van His Master's Voice op het uithangbord. Liep men in de andere richting dan zag men Columbia.

Met dank aan Pierre Gouweloos die mij de sticker toestuurde.

zaterdag 21 mei 2016

Platenzaakstickers #237

Muziekhandel
H.P. Vink
Groningen

Op voorzijde hoes, Willem van Otterloo en het Residentie Orkest, LP, Brahms Klavierkonzert nr. 2, Philips S 04024 L (Nederland, 195?)

Een cadeautje van Evert Nijkamp, deze Annetje van Paul Huf. Paul Huf maakte eind jaren vijftig 54 hoezen voor de Favoriten serie van Philips klassiek met het Engelse model Ann Pickford. Ik zal jullie de hele hoes dan ook niet onthouden.



De sticker doet op deze plaat enigszins saai aan, het enige speelse is de vorm, een parallelogram. Vink was een muziekwinkel, gespecialiseerd in klassieke muziek wat betreft de platen en verkocht daarnaast muziekinstrumenten en bladmuziek. De winkel opende in 1912 op Herestraat 91. De heer Vink was gespecialiseerd in piano's en verkocht daarnaast andere instrumenten en bladmuziek. Toen er ook opnames op lp verschenen, werden die ook aan het assortiment toegevoegd. Eind jaren zeventig werd Vink officiële Bang & Olufsen dealer en voegde daarmee ook een hifi-afdeling toe aan het assortiment. In die tijd werd ook het belendende pand op nummer 93 bij de winkel getrokken. Op 31 december 2010 sloot de winkel definitief de deuren. Onderstaand een filmpje op YouTube van RTV Noord over de sluiting van de winkel met ook wat mooie plaatjes van het interieur.


Evert Nijkamp stuurde me al eerder meerdere stickers en parafernalia van de winkel. Om te beginnen deze platenzak die Vink waarschijnlijk in de jaren vijftig, zestig gebruiken om verkochte platen aan de klant mee te geven.

Hier is de naam van de winkeleigenaar gevangen in een pentagram. De heer Vink of zijn ontwerper had duidelijk iets met geometrische figuren.

Daarnaast bediende de firma Vink van onderstaande stickers (in chronologische volgorde)

H.P. Vink
Heerstraat 91
Groningen

Op label, Light Opera Company, 12" Shellac, Gems from 'No, No Nanette', His Master's Voice C 1205 (Verenigd Koninkrijk, 192?)

Wellicht de oudste sticker in dit blog tot nu toe, deze sticker uit de jaren twintig. Een bloemvormige sticker met als basiskleur blauw en witte belettering. In de vorm van een plaat?

Muziekhandel
H.P. Vink
Groningen

Op achterzijde hoes, Robert Casadesus en het Concertgebouworkest, LP, Beethoven Piano Concerto No. 4 in G-major, Piano Concerto No. 1 in C-major, CBS 72200 (Nederland, 1960)

De direct opvolger van die op de Hufhoes? Of is het toch andersom? Ik neig naar het laatste. De tekst is identiek, wel is er een duidelijk verschil tussen het zwierige cursieve lettertype voor Muziekhandel en Groningen en de vette belettering van de winkelnaam. Uitvoering in klassieke vorm: goudkleurige belettering tegen een zwarte achtergrond. Dat laatste suggereert dat deze toch voor die op de Hufhoes komt.

Muziekhandel
H.P. Vink
Groningen

Op voorzijde hoes, Cruys Voorbergh, LP, De ontdekkingsreis van Picollo en Saxo, Fontana XPY 857 067 (Nederland, 196?)

Veel is er niet veranderd, alleen het versierseltje onder H.P. ontbreekt en het randje van de sticker is verdwenen.

Muziekhandel
Vink
Groningen

Op achterzijde hoes, Cruys Voorbergh, LP, De ontdekkingsreis van Picollo en Saxo, Fontana 6424 017, Nederland, 196?

Een heruitgave van de LP hierboven. Die liep schijnbaar zo goed dat de eerste persing er snel doorheen was. Wellicht is dit het moment waarop de familie Vink de winkel overdeed aan een van de personeelsleden, zoals in het YouTubefilmpje ter sprake komt. Daarmee vervielen de voorletters en ging de winkel verder als Vink.

De meest recente sticker stuurde Bjorn Graafland van Concerto me.

Muziekhandel
Vink
Groningen

Plaat onbekend

Hiermee keren we weer terug naar de sticker van het eind van de jaren vijftig. Vink vet en soort winkel en plaats cursief.


De heer Vink liet het niet bij bestickering van zijn platen (voor, achter of op het label). Ook de binnenhoes moest er aan geloven, zoals onderstaande foto laat zien.



Muziekhandel
H.P. Vink
Herestraat 91
Groningen
Telef. 22382
De zaak met een grotere keuze in het betere genre

Op binnenhoes, Mahalia Jackson, LP, Come on Children, Let's Sing, Philips B 47000 L (Nederland, 196?)

Op de binnenhoes veroorloofde de heer Vink zich duidelijk meer dan op de voor iedereen zichtbare sticker. Adres, telefoonnummer en een aanbeveling voor het assortiment dat Vink voerde. Als handelaar in klassieke muziek werd het verschil met het populaire genre nog maar eens beklemtoond!

  Tot besluit een reclameplaatje voor het tijdschrift DISCO DISCUSsie, waarmee de luisteraar zich op de hoogte kon houden van het aanbod in platenland. Een met een stempel en een met een sticker van Vink.











woensdag 11 mei 2016

Platenzaakstickers #236




Rippen & Rijken
(Noordeinde 154, Den Haag)

Op achterzijde hoes, Various Artists, LP, Das Horn meisterhaft gespielt, Schwann VMS 815 (Duitsland, 1970)

Zo zie ik ze graag, enigszins afwijkend van de reguliere platenzaaksticker. Rippen & Rijken moet wel een gevestigde naam zijn, meer dan de naam is er ook niet te lezen op de sticker. En om het allemaal nog wat aparter te maken is achter elke letter een muzieknoot op een bepaalde hoogte op de balk afgedrukt. Nadere bestudering leert dat identieke letters met dezelfde muzieknoten corresponderen. Hier is over nagedacht! Om in stijl te blijven is voor het &-teken een g-sleutel gebruikt. Dit alles voorzien van het befaamde kartelrandje onderaan.

Rippen & Rijken was inderdaad een gerenommeerde winkel in het centrum van Den Haag. In 1926 fuseerden de pianobouwers Rippen en Rijken tot een moloch op het gebied van de pianobouw en -handel en openden een winkel op het Noordeinde. Aan de piano's werden op een gegeven moment ook geluidsdragers toegevoegd om de pianokopers van inspiratie te voorzien. En zoals de lp waar de sticker op zat bewijst, dacht de firma Rippen & Rijken daarbij niet alleen aan de eigen nering maar ook aan collegamuziekwinkels, die bijvoorbeeld koperen blaasinstrumenten verkochten.
Rippen & Rijken bouwde niet alleen zelf piano's (de Rippenpiano), ze was bovendien vertegenwoordiger van de firma Steinway en importeerde piano's uit Polen en Tsjecho-Slowakije. De Rippenpiano's werden aanvankelijk in Den Haag op een andere locatie geproduceerd en later in Ede. De website van de huidige gebruiker van het pand, Het Cleyne Huys, vermeldt bovendien dat op het terrein ook een muziekstudio aanwezig was, de 'Steinway Studio', waar vele wereldberoemde pianisten, cellisten, dirigenten en componisten hebben gespeeld voordat zij in Den Haag moesten optreden, onder wie Sergei Rachmaninov, Maurice Ravel, Béla Bartók en Arthur Rubenstein.

In de Haagse beeldbank zijn vier beelden te vinden op Noordeinde 154, waaronder het onderstaande uit 1990.



In die jaren is er duidelijk sprake van een tweedeling in de etalage. Links zijn de geluidsdragers te zien, waaronder inmiddels ook cd's, en rechts het aangeboden instrumentarium. In het voorjaar van 2003 sloot de winkel haar deuren.

woensdag 4 mei 2016

Platenzaakstickers #235





Speciaalzaak voor grammofoonplaten
H. Broekhuysen n.v.
Voorstraat 364 - Telefoon 9952
(Dordrecht)

Op achterzijde hoes, Egida Giordani Sartori, 7", D. Scarlatti Sonate D-dur L 14, Philips 400 144 AE, 1959?

Ooit behoorde deze inzending van Hans Dinkelberg aan H.G. de Vries, die het singletje voor 8 gulden bij de firma Broekhuysen in Dordrecht kocht.

Na de firma Bartelts (sticker 149), de tweede platenzaak uit Dordrecht. Ook deze sticker ademt een en al zakelijkheid, zwarte letters op een witte achtergrond. Waar Bartelts het Philips-logo op zijn sticker afbeeldde, veroorloofde H. Broekhuysen zich enige frivoliteit met een muzieknoot in de vorm van een soeplepel. Wel is duidelijk aangegeven dat het om een 'speciaalzaak voor grammofoonplaten' gaat. Bartels behoorde tot de audiowinkels.
De familie Broekhuysen was al in het begin van de vorige eeuw actief in de Dordtse middenstand in de Voorstraat. Johan had daar een muziekwinkel, wat er meestal op wijst dat er ook instrumenten en bladmuziek te koop waren. In 1915 zat hij nog op Voorstraat 347, later bevindt de winkel zich op nummer 328. Johan overlijdt in 1957, maar dan is zijn zoon H. waarschijnlijk al een eigen winkel op nummer 364 begonnen. In 1961 krijgt hij een vergunning voor een verbouwing van het pand. Dat duidt er ofwel op dat de winkel een grondige opknapbeurt krijgt ofwel dat zoon H. het bijltje er bij neer gooit en de winkel tot woonhuis verbouwt. Feit is dat de winkel in de jaren tachtig in ieder geval niet meer bestaat. Ik gok er op dat hij de winkel aanpast aan de eisen van die tijd en nog zeker tot in de jaren zeventig actief is geweest.

Momenteel is in het pand Acupunctuur Dordrecht TCG Medisch Centrum gevestigd, een alternatief genezer.