zondag 24 juni 2012

Michael Chapman - Rainmaker



Michael Chapman – Rainmaker
Light In The Attic LITA 079

In 1969 verscheen de eerste LP van Michael Chapman op het net opgerichte Harvest label. Met zijn tweede LP Fully Qualified Survivor, die vorig jaar door Light In The Attic werd uitgebracht, zou hij vooral op het Europese vasteland meer bekendheid krijgen. Echt doorgebroken naar een groter publiek is Chapman nooit. Daarvoor is de publieke belangstelling voor folk- en new agemuziek simpelweg te klein. Het heeft Chapman er echter niet van weerhouden een inmiddels indrukwekkend oeuvre op te bouwen. Hij treedt nog steeds op en Light In The Attic bracht begin dit jaar een herpersing van zijn eerste LP op vinyl (en cd) uit. De plaat was net als al het oudere werk van Chapman moeilijk op vinyl te krijgen omdat er zelden herpersingen van zijn verschenen. Daar brengt Light In The Attic langzaam aan verandering in.
Chapman begon in de jaren zestig aangestoken door Amerikaanse jazz in het Verenigd Koninkrijk met solo-optredens in clubs door het hele land. Hij was een begenadigd gitarist, van alle markten thuis. Hij bouwt op basis van zijn optredens al snel een reputatie op, die er onder andere voor zorgt dat hij gevraagd wordt in te vallen voor de gitarist van Johnny Kidd and the Pirates als die met zijn vingers tussen de autodeur is gekomen. Op een van zijn solo-optredens wordt hij ontdekt door een scout van Tuesday productions. Chapman tekent een contract en krijgt als producer Gus Dudgeon toegewezen. Dudgeon geniet dan vooral bekendheid als engineer bij opnames van John Mayal and the Bluesbreakers en wil zich meer op produceren toe gaan leggen. Chapman wordt aanvankelijk binnengehaald als instrumentalist, maar voor de plaatopnames beginnen, is hij ook begonnen met het schrijven van teksten.
Binnen enkele dagen worden alle nummers voor de LP op een na voor het luttele bedrag van 125 pond opgenomen. Op een aantal nummers speelt Chapman alleen, op een deel wordt hij begeleid door bassist Rick Kemp en drummer Berry Morgan. Kemp zal daarna bijna op elke plaat van Chapman van de partij zijn. Niet lang na de sessies schrijft Chapman het nummer It didn’t work out. Als Dudgeon het hoort, is hij direct overtuigd van de hitpotentie van het nummer en wordt studiotijd geboekt. Dudgeon roept de hulp in van de hem bekende muzikanten Aynsley Dunbar op drums, bassist Alex Dmochowski, gitarist ‘Clem’ Clempson en organist Norman Haines. Het nummer wordt de opener van Rainmaker en de bijbehorende single. Later zal Chapman het in een geliktere versie opnemen voor de LP Savage Amusement. Hier is het nog lekker voorzien van ruwe randjes. Het nummer is een buitenbeentje op de plaat, de vaart zit er lekker in en de Hammond B-3 van Haines is prominent aanwezig. De kenmerkende melancholieke, enigszins zeurderige, dreinerige stem van Chapman past perfect bij de tekst die het einde van zijn huwelijk beschrijft. ‘It’s about my ex-wife and trains’. Een geslaagde opener om daarna wat gas terug te nemen met de instrumental Rainmaker die Chapman alleen voor zijn rekening neemt. De folkrock van het openingsnummer zal pas op de tweede plaat weer aan bod komen, de rest van de plaat is ingetogener en voor het merendeel akoestisch, slechts op twee nummers neemt hij de elektrische gitaar ter hand. De nummers kenmerken zich door jazz-, blues- en folkinvloeden, maar hebben een eigen Chapman signatuur door zijn typische gitaarspel. Geen enkel nummer is rechttoe rechtaan, er zit altijd wel een verrassende wending of tempowisseling in. Hij laat horen van alle markten thuis te zijn. Zo klinken in Thank you p.k. 1944 en Not so much a garden – more like a maze indiase invloeden in zijn gitaarspel en speelt hij op Small stones akoestische slide gitaar. Op No song to sing wordt hij op bas begeleid door Danny Thompson van Pentangle. Het afsluitende nummer Goodbye to Monday night sluit de plaat af zoals hij begonnen is, met een bandnummer, waarop Chapman ook elektrisch versterkt speelt. Op deze eerste LP is het typische geluid van Chapman al direct herkenbaar en zijn ook de stijlen die op zijn latere werk op zullen duiken terug te vinden.
Light In The Attic heeft inmiddels een reputatie opgebouwd als het gaat om prachtig uitgegeven heruitgaven en nieuw werk. Daar past deze eersteling van Michael Chapman probleemloos tussen. De vinylversie is in oorspronkelijke uitklaphoes met origineel art work en toegevoegde informatie op een dubbelgevouwen inlay. De totstandkoming van de plaat komt uitgebreid aan bod en Chapman licht zelf alle nummers toe. Je wordt aanvankelijk wel op het verkeerde been gezet als je leest dat het om een expanded edition gaat en een titel genoemd wordt die niet op de hoes of het label is terug te vinden. Maar dat blijkt te slaan op de gelijktijdig uitgebrachte cd-versie waarop vijf extra nummers staan. Nu maar wachten op een heruitgave op vinyl van de andere twee platen die Chapman bij Harvest uitbracht, Window en Wrecked Again.

Verschenen in Platenblad, nr. 188, p. 35

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen